fbpx

Buurtvereniging Eerste Rijwegproject teleurgesteld in dc Nerkust

De buurtvereniging Eerste Rijwegproject zet zich in voor een veilige en rustige leefomgeving van het gebied gelegen te Paramaribo en begrensd door de straten Gravenberchstraat, Rode Kruislaan, Redmond-, Flu, en Naarstraat. “Binnen dit kader hebben wij reeds geïnvesteerd in het beveiligen van het ‘Eerste Rijweg Project, en richten wij ons op het voorkomen en bestrijden van elke vorm van verstoring van het woon- en leefgenot”.

De buurtvereniging is teleurgesteld in districtscommissaris (dc) Mike Nerkust van Paramaribo – Noordoost. “Wij wensen niet dat het karakter van het Eerste Rijwegproject veranderd doordat ook in dit gebied een wildgroei van allerlei commerciële activiteiten op bermen van straten wordt toegestaan. Wij hebben door dit beleid het karakter van andere woonwijken zien veranderen in een marktachtig aanzien, met veelvuldig geluidsoverlast, toename van de populatie van ratten en ander ongedierte, verhoogde risico’s op criminaliteit en op ziekten door verslechterde hygiëne van de buurt”, beklagen de buurtbewoners zich.

Vergunning OS Albergastraat versus vergunning Ondernemer(s)

De OS Albergastraat heeft een vergunning aangevraagd voor de aanleg van een parkeergelegenheid voor beide bermen op de hoek van de Gravenberch- en de Albergastraat. Er zou parkeergelegenheid voor 33 voertuigen in een keer. “De kinderen kunnen dan veilig afgezet en opgehaald worden. De vergunning werd op 18 mei verleend, maar is dus recent om onbekende reden in augustus weer ingetrokken”, schrijft de buurtvereniging.

Zij eist een verklaring waarom de vergunning voor de school is ingetrokken en kort daarna wel een vergunning is verleend voor de bouw van een eetgelegenheid. “Waarom is het groter belang van de veiligheid van de kinderen opgeofferd aan het belang van 1 persoon”, is een vraag die de vereniging beantwoord wil hebben.

Op 18 augustus is men met ongekende spoed begonnen met bouwactiviteiten op de berm van de Gravenberchstraat (hoek Albergastraat) voor het uiteindelijk exploiteren van een eetgelegenheid. “Deze ondernemer had een regulier bedrijfje in een straat vlakbij, maar kiest nu voor een goedkope bermlocatie (maximaal 2500 SRD per maand) ten nadele van de veiligheid en het woongenot van de buurt. Zij is geen straatventer die geaccommodeerd moet worden. Het belang van 1 persoon weegt hier zwaarder in de ogen van de DC en de minister dan het belang van 200 leerlingen. Dit is onbehoorlijk bestuur en onmaatschappelijk gedrag”.

Bezwaren tegen vergunningverlening

Hoek Gravenberchstraat en Benjaminstraat en de hoek Gravenberchstraat en Albergastraat zijn heel drukke en zeer gevaarlijke kruispunten, waar zelfs doden zijn gevallen. Inmiddels is de verkeersdrukte op deze hoeken alleen maar toegenomen en het is zeer onveilig voor kinderen en ouders om voor en na school over te steken. Kinderen uit de buurt lopen daar ook.

Door de berm te bebouwen zal het verkeer verder gestremd worden en de onveiligheid en verkeerschaos toenemen. Sinds de aanleg van het Eerste Rijwegproject in 1960 lopen vitale buizen van EBS, SWM en de riolering onder de bermen aan de Gravenberchstraat. Daarom mochten deze bermen absoluut nooit worden uitgegeven. Ook niet voor verbreding van de weg. Alle afwatering van Kwatta loopt via deze nooit/slecht onderhouden poreuze buizen. Elk jaar wordt de wateroverlast erger voor de buurt en de school. Er zijn zelfs muurtjes opgetrokken bij de ingangen van de lokalen. Het water komt steeds hoger.

BEKIJK OOK
Regering beoogt met grondconversie meer rechtszekerheid voor burgers

Vergunning is onrechtmatig

Door de dc nog enig ander, is buurtonderzoek verricht om de gevoelens van buurtbewoners over een dergelijke commerciële activiteit in hun buurt te vernemen. Hetgeen tot gevolg heeft dat de meningen en de belangen van de buurtbewoners niet zijn meegewogen in het besluit door de dc en minister van OW tot afgifte van de vergunning. Het besluit is dan ook tot stand gekomen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel. Vermeldenswaard is dat midden in een gezamenlijke fundraising actie van de oudercommissie OS Albergastraat en de buurt, de vergunning voor veilige parkeergelegenheid plotseling is ingetrokken door de dc.

De vereniging wijst er verder op dat ingevolge artikel 1 lid II van het Decreet Uitgifte Domeingrond uitsluitend de minister van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer bevoegd is om te beschikken over domeingrond, waartoe – blijkens artikel 41 van deze wet- ook behoort het uitgeven van een persoonlijk recht van gebruik op domeingrond aan burgers.

Het voorgaande betekent dat de dc de bevoegdheid mist om aan derden enig recht toe te kennen op gebruik van domeingrond, waaronder dus ook het toekennen van het recht op gebruik van de berm aan de Gravenberghstraat (hoek van de Albergastraat) voor het exploiteren van een eetgelegenheid.

Volgens artikel 2 bis van de Wet op Drankhuizen en Huizen van Openbare Vermakelijkheden moet van elk verzoek tot het opzetten en exploiteren van een openbare eetgelegenheid een openbare kennisneming worden afgekondigd in het Advertentieblad voor de Republiek Suriname, voordat zelfs maar de afgifte van een vergunning kan worden overwogen. Een dergelijke afkondiging heeft nimmer plaatsgevonden, en de afgifte van de vergunning aan deze ondernemer(s) is dan ook volstrekt in strijd met de wet.

Wettelijke waarborgen voor burgers

Voormelde wettelijke bepalingen bevatten juist waarborgnormen voor burgers, die de overheid bij haar besluitvorming dwingend in acht heeft te nemen, aangezien de activiteiten waarvoor vergunning wordt gevraagd een ernstige inbreuk maken, althans kunnen maken, op het recht op privacy en het eigendom van de personen die in de omgeving wonen of aldaar een bedrijf hebben, alsmede hun recht op een gezonde leefomgeving, rechten die door de artikelen 17, 34 en 36 van de Grondwet worden toegekend en gewaarborgd.

Belanghebbende buurtbewoners dienen dan ook wettelijk alle gelegenheid te hebben om hun bezwaren tegen het verlenen van een dergelijke vergunning kenbaar te maken voordat een vergunning wordt verleend.