Bier: gezond of ongezond?

We weten natuurlijk allemaal dat alcohol de gezondheid schaadt en zeker af te raden is voor zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, jongeren en risicopatiënten. Volgens bepaalde bronnen zou bier het risico op kanker verhogen, zelfs al bij geringe dosissen.

Door zijn hoog purinegehalte verhoogt het ook het risico op jicht voor wie daaraan gevoelig is, omdat er tijdens de afbraak van die purine urinezuur gevormd wordt. En het is een feit dat alcohol via het bloed in de hersenen terechtkomt waar het de zenuwsignalen verstoort en het geheugen zowel als de concentratie negatief beïnvloedt. Maar het gros van de lectuur over dit issue geeft de ‘bieronthouders’ toch ongelijk.

Het credo luidt: Matig bier drinken, is gezond. Bij verstandig gebruik halen de heilzame effecten en voordelen het overwicht op de negatieve bijwerkingen of risico’s.

Een hele waslijst pro’s wordt aan matig biergebruik toegeschreven:
• De gerst zorgt voor vitamine B en oplosbare vezels die de darmtransit bevorderen, het cholesterolgehalte verminderen en het risico op hart- en vaatziekten reduceren.

• Ook de gist levert vitamine B, vooral B1, B6 en foliumzuur die helpen om het homocysteïnepeil in het bloed laag te houden, wat het risico op tal van hart- en vaatziekten vermindert. Vitamine B houdt ook je huid en haar gezond. Het gistbezinksel van bieren met nagisting in de fles is een goede bron van vitamine B12.

• In hop zit er lupuline, een stof die een kalmerende werking heeft en zodoende stress en depressie kan counteren.

En recent ontdekten Chinese wetenschappers dat xanthohumol, een bestanddeel van hop, de hersencellen beschermt. Dit zou mogelijks kunnen betekenen dat deze stof de ziekte van Alzheimer en Parkinson kan afremmen.

• Qua mineralen bevat bier veel magnesium, wat goed is voor hart en bloedvaten, en weinig calcium: een ideale match ter bescherming tegen gal- en nierstenen. Het heeft een hoog kaliumgehalte maar weinig calcium, een combinatie die positief werkt bij een te hoge bloeddruk.