Bewijsmateriaal voor juridische erkenning grondenrechten

GFC NIEUWSREDACTIE- De Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) heeft kortgeleden een rapport opnieuw uitgebracht over het archiefonderzoek naar historische en eigentijdse bronnen over Kari’na (Caraïben) en Lokono (Arowakken) van de Beneden-Marowijnerivier.

Het geeft een vijftal tijdsvlakken aan, te beginnen bij de oudheid, een overzicht van documenten, vondsten en of ander materiaal afkomstig uit die periode, die ons vertellen over de aanwezigheid van deze Inheemse groepen op dat moment in dat gebied.

Op deze wijze is gedocumenteerd aangetoond de historische bewoning en gebruik van het Beneden-Marowijne gebied door de voorouders van de Inheemse volken die nu nog op deze plek wonen. Met dit rapport wordt de strijd voor het verkrijgen van de juridische erkenning van hun rechten op land en hulpbronnen ondersteund.

In het rapport is onder andere aandacht besteed aan de Timehri rots in de Marowijne rivier bij Bigiston.

De Nederlander C.J. Hering bezocht de rots in 1882 en nam de tekeningen over. De tekeningen zouden door de Caraiben zijn gemaakt die de rivier opvoerden en ze gaven hiermee aan hun stamgenoten door dat ze reeds voorbij waren.

Een belangrijke vondst van januari 2002 is een stenen masker die door het voormalig dorpshoofd van Alfonsdorp werd gedaan onder aan een zandige heuvel tussen Albina en Alfonsdorp.

Het is iets groter dan een gemiddeld menselijk hoofd en is gemaakt van een donkerrode, kleurrijke steen en is zeker een pre-Columbiaans artefact.

Mogelijk een unicum, omdat van een dergelijk stenen masker geen tweede exemplaar bekend is in de Guianas, hoewel het gebruik van maskers van andere materialen door Inheemse groepen in het Amazonegebied wel bekend is.

Het stenen masker werd waarschijnlijk gedragen tijdens ceremonieën door belangrijke deelnemers om te onderstrepen dat zij op een bepaald moment optraden als een bepaalde geest of godheid.

Verder wordt in het rapport vermeld dat Inheemsen aan de Marowijnerivier relatief ongestoord zijn gebleven in vergelijking met andere Inheemsen in Suriname. De reden hiervoor is dat er geen plantages langs deze rivier gevestigd waren.