BEP: Staatkundige onafhankelijkheid geeft eigen verantwoordelijkheid

GFC NIEUWS- De Covid-19-pandemie verbiedt grote openbare, uitbundige en gezamenlijke feesten.
Hierdoor leent de 45ste verjaardag van de democratische republiek Suriname zich uitstekend voor diepgaande bezinning over deze bigi yari. Of het doen van zaken met buitenlandse vertegenwoordigers zoals minister Albert Ramdin van plan is.
De staatkundige oftewel politieke onafhankelijkheid maakte van het land Suriname, gelegen op de noordoost kust van het continent Zuid-Amerika, op het westelijk halfrond van de aardbol, de democratische Republiek Suriname. Met een eigen grondgebied, eigen volk, eigen wapenschild, eigen vlag, eigen grondwet, eigen bestuur, eigen leger, eigen volksvertegenwoordiging en eigen buitenlandse vertegenwoordiging. Op 25 november 1975 is Suriname onafhankelijk geworden en als blijk van de algemene erkenning van de nieuwe status van het land, werd het op 1 december 1975 toegelaten als 144ste lidstaat van de Verenigde Naties.
Na de feestelijke ceremonieën en plichtplegingen, begon het werk om Suriname voor eigen rekening verder te ontwikkelen onder eigen beheer en vooral eigen verantwoordelijkheid van de Surinaamse mensen met hun kinderen en hun leiders.
De onafhankelijkheidsonderhandelaars van Suriname, onder leiding van premier Henck Arron, hadden daarvoor een startkapitaal van 1.3 miljard toenmalige Nederlandse gulden van de voormalige kolonisator Nederland afgedwongen en dr. Johan Ferrier schreef geschiedenis door als laatste Nederlandse gouverneur in Suriname, direct daarna de eerste Surinaamse president te worden van de nieuwe soevereine democratische Republiek Suriname. De huidige president is Chandrikapersad Santokhi en de vicepresident is Ronnie Brunswijk.
Opgroeien als onafhankelijke, dat wil zeggen zelfstandige en soevereine natiestaat, kan niet als makkelijk gekwalificeerd worden. Helaas ook niet als men met een supergezegend land als Suriname te maken heeft.
Eerst verlieten tussen 1975 en 1977 vele landgenoten het land richting Nederland, gedreven door onwetendheid, onzekerheid. Daarna kwam er in 1980 een militaire coup onder leiding van Desi Bouterse die tot 1987 zou duren. In die tijd hadden we president Henk Chin A Sen van 1980 tot 1982 en daarna president Fred Ramdat Misier van 1982 tot 1988.
In 1982 vonden de decembermoorden plaats welke zou leiden tot verdeeldheid van de Surinaamse bevolking, de jaren die daarna volgden. Daarna was er een binnenlandse broederoorlog in 1986 tussen het Jungle Commando o.l.v. Ronnie Brunswijk en de toenmalige militaire machthebbers o.l.v. Desi Bouterse.
Ook de Tucajana Amazones, Angula, de Mandela en Kofimakagroepen waren betrokken bij deze binnenlandse strijd, die duurde tot en met 1992 en eindigde met het veelzeggende Vredesakkoord van augustus 1992. Veelzeggend omdat niet alleen geen wapengekletter meer zou worden gebruikt, maar ook de grondenrechten of landrechten van Inheemsen en Tribalen (in stamverband levenden oftewel marrons) eindelijk bij wet zouden worden vastgelegd, inclusief de daarbij horende natuurlijke economische zones.
En hoewel de democratie was teruggekeerd in 1987, kwam er toch nog weer een zogeheten telefooncoup in 1990, toen president Ramsewak Shankar werd afgezet en het parlement ontbonden. Johan Kraag werd president van Suriname van december 1990 tot en september 1991 omdat o.a. internationale druk ervoor zorgde dat nieuwe democratische verkiezingen in 1991 werd gehouden en de heer Ronald Venetiaan voor de eerste maal werd tot president en Jules Ajodhia als vicepresident tot 1996. Daarna werd Jules Wijdenbosch president, met als vicepresident Pertaap Radhakishun tot 2000. President Ronald Venetiaan werd daarna nog 2 keren achtereen herkozen met vicepresidenten Jules Ajodhia tot 2005 en Ram Sardjoe tot 2010. Vervolgens werd Desi Bouterse vanaf 2010 voor 10 jaren President met respectievelijk Robert Ameerali en Ashwin Adhin als vicepresidenten tot 2020.
De democratische Republiek Suriname kende vanaf 1975 de Parlements- of Assembleevoorzitters t.w. Emile Wijntuin, 1975-1980, Ulrich Aron 1986-1987, Jagernath Lachmon 1987-1996, Marijke Djawalapersad 1996-2000, Jagernath Lachmon 2000-2001, Ram Sardjoe 2001-2005, Paul Somohardjo 2005-2010, Jennifer Geerlings-Simons 2010-2020, Ronnie Brunswijk juni tot juli 2020, en Marinus Bee, juli 2020 tot heden.
Suriname heeft nog een lange weg te gaan alvorens naast de “Gado gi” rijkdommen ook welvarend te worden d.w.z. gelijke verdeling van opbrengsten van rijkdommen en ontwikkelingsmogelijkheden en kansen zoals de BEP sinds zijn oprichting in 1973 propageert, inclusief welzijn voor eenieder van ons.
Wij hebben echter niet de luxe van slavenarbeid zoals de ex-kolonisator, dus moeten we zelf denken, werken, meten, weten, aanpassen, opschrijven, organiseren zoals Anton de Kom ons heeft uitgelegd in zijn beroemde boek Wij Slaven van Suriname en dan uitvoeren. Naar beste eer en geweten van de zowel positieve als toch wel bijzondere Surinaamse normen en waarden.
Onafhankelijkheid schept niet te onderschatten eigen verantwoordelijkheid. Dus een bezinningsvolle Srefidensi Dey 2020 aan alle Surinamers. Gefeliciteerd!
Partij voor Broederschap en Eenheid in Politiek (BEP)

Overige berichten