Benzine te duur vanwege te hoge marges:

Marokkaanse regering wil oliemaatschappijen dwingen brandstofprijs te verlagen

De Marokkaanse consumentenboycot werpt steeds meer vruchten af. Premier Saad Eddine el-Othmani van Marokko is in gesprek met oliemaatschappijen om hun winstmarges te verlagen, zodat ook de prijs van brandstof omlaag kan. Eerder deze week moest een minister het veld ruimen, omdat hij te opzichtig een van de geboycotte bedrijven steunde.

Marokko boycot al zeven weken lang niet alleen de pompstations van Afriquia, die eigendom zijn van landbouwminister Aziz Akhannouch, maar ook flessenwater van Sidi Ali en zuivelproducten van Danone.
Vis laten de kopers sinds enkele weken eveneens liggen, omdat zij ook die te duur vinden.

Winstmarges verdubbeld

Onder de vorige premier, Abdelilah Benkirane, werd  de brandstofsector gedereguleerd. Door de liberalisering kunnen de kosten per liter benzine variëren met de markttrends.

Oliebedrijven maakten daar misbruik van door hun winstmarges te verdubbelen, ten koste van de consument. Burgers kwamen daar eind april tegen in verzet en mijden al wekenlang massaal de duurste pompen.

Minister Lahcen Daoudi (die zijn ontslag indiende na de woede vanwege zijn deelname aan een demonstratie die opriep de boycot te beëindigen)  beschuldigde al op 6 juni 2017 de Marokkaanse oliemaatschappijen van het opdrijven van de brandstofprijzen.

“Het is inderdaad ondenkbaar dat een exploitant zijn winst van het ene jaar op het andere verdubbelt door te profiteren van de liberalisering,” had hij toen gezegd.

Winst driemaal hoger

Hij verzekerde destijds de consument dat zijn ministerie zou samenwerken met alle distributeurs om hun marges te herzien “zodat de consument niet langer de prijs van liberalisering betaalt aan distributeurs.”

Volgens Abdellah Bouanou, voorzitter van de financiële commissie van het Huis van Afgevaardigden, is het aantal tankstations in het land sinds de liberalisering met 12 procent gestegen.

Hij legde uit dat de winst van sommige bedrijven tussen 2015 en 2016 steeg van 300 miljoen dirhams naar 900 miljoen dirhams dankzij de liberalisering van de brandstofprijzen.