Behoorlijk bestuur ook vereist in crisistijd

INGEZONDEN– Er zijn politici en burgers die nog openlijk eraan twijfelen of het continu wijzen op het belang van het respecteren van grondrechten niet een obstakel vormt voor de aanpak van de Covid-19-pandemie.

Met dit artikel zal ik die twijfelaars van een nieuw perspectief voorzien, aan de hand waarvan zij mogelijk tot andere inzichten kunnen komen.

Het is algemeen erkend dat het mensenrechtensysteem de overheid juist in staat stelt om middels behoorlijk bestuur effectief op te treden, ook in crisistijd.

Vanwege de urgentie die gevoeld wordt om zo snel mogelijk uit de ingrijpende Corona-crisis te geraken, vergeten wij wellicht dat maatregelen die gericht zijn op gezondheid consistent dienen te zijn met het recht op gezondheid.

In de Grondwet is dit recht verankerd in artikel 36 lid 1. Het tweede lid legt de verplichting op aan de Staat om de optimale beleving van dat recht te garanderen.

BEKIJK OOK MEER GFC NIEUWS: WHO: Delta-variant zal wereldwijd dominant worden

Ook dit recht moet net als alle andere grondrechten ervoor zorgen dat ieder mens onder alle omstandigheden een menswaardig leven kan leiden.

Het wijzen van burgers en de overheid op het respecteren van mensenrechten dient een doel.

Door er continu aan te herinneren dat de rechten van burgers gerespecteerd moeten worden, kun je ervoor zorgen dat de overheid zich in haar optreden houdt aan de zorgvuldigheidseisen.

Zo valt het op dat na de actieve deelname van juristen aan het maatschappelijke debat over Covid-19, de politieke retoriek over het beperken van rechten genuanceerder en zorgvuldiger is geworden.

Het staat buiten kijf dat behoorlijk bestuur door de overheid vertrouwen creëert bij burgers. Dat vertrouwen van de burger is essentieel voor de overheid om effectief en met gezag te kunnen besturen, vooral in crisistijd.

Voor het beantwoorden van vragen over het recht op gezondheid, zoals opgenomen in lid 1 van artikel 36 van de Grondwet, kan beperkt aansluiting gezocht worden bij het Nederlands of Europees recht.

Het Europees recht, inclusief het Nederlands recht, kent het recht op gezondheid niet, wel het recht op gezondheidszorg.

Dat is te halen uit bijvoorbeeld artikel 35 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikel 22 van de Nederlandse Grondwet en overweging 121 van de uitspraak in de zaak S.A.S. v. France [GC], no. 43835/11, ECHR 2014 ‘[…] While the right to health is not as such protected by the Convention, […]’.

Met dit verschil in benadering van het gezondheidsrecht en -beleid tussen Suriname en Europese landen zal dus rekening gehouden moeten worden. Het Europees recht op gezondheidszorg komt sterker overeen met lid 2 van artikel 36 Grondwet.

In het politieke en maatschappelijke debat over Covid-19 is er weleens gesteld dat tegenover mensenrechten ook plichten staan.

Die plichten (het iets-moeten-doen als persoon) hebben niets te maken met het bestaan van mensenrechten. Mensenrechten heb je omdat je mens bent.

De verplichtingen die samenhangen met mensenrechten gelden primair voor de overheid.

BEKIJK OOK MEER GFC NIEUWS: Deelnemers aan bizarre competitie worden beloond voor het niets doen

De algemene plicht daarbij voor de overheid is om door onder meer behoorlijk bestuur ervoor zorg te dragen dat niet alleen zij, maar ook bedrijven en individuen mensenrechten respecteren.

Die positieve plicht die rust op de overheid houdt ook in dat zij ervoor zorgt dat elk individu in staat is om invulling te geven aan zijn of haar mensenrechten.

Denk daarbij aan het verbieden van het schenden van het recht op de persoonlijke integriteit en het effectief handhaven in die gevallen waarin die schending wel plaatsvindt.

Het recht op gezondheid is volgens de Mensenrechtenraad van de VN een inclusief recht.

Het omvat dus niet alleen het recht op tijdige en passende gezondheidszorg, maar ook een breed scala aan elementen die ons moeten helpen een gezond leven te leiden, zoals veilig drinkwater, adequate sanitaire voorzieningen en veilig voedsel.

Bij het garanderen van het recht op gezondheid dient er ook aandacht besteed te worden aan niet-medische factoren die invloed hebben op de gezondheid.

Deze factoren worden ook wel de sociaaleconomische “determinanten” van gezondheid genoemd.

Hierbij moet gedacht worden aan factoren zoals culturele gebruiken maar ook huisvesting, armoede, discriminatie en stigma.

Deze factoren zijn medebepalend of iemand gezondheidszorg krijgt of geweigerd wordt. Ook bepalen zij de kwaliteit van de diensten die mensen ontvangen en of mensen ervoor zullen kiezen om wel of geen geen gezondheidszorg te zoeken.

Behoorlijk bestuur in de context van de Covid-19-aanpak vereist daarom dat de overheid in geval van weerstanden of twijfels bij burgers tegen bijvoorbeeld het Covid-19-vaccin, snel moet vaststellen of sociaaleconomische factoren aan de oorsprong liggen van die houding.

Het is de taak van de regering – primair maar niet uitsluitend het ministerie van Volksgezondheid – om al deze sociaaleconomische determinanten te identificeren en daarop met respect voor grondrechten zo adequaat mogelijk te reageren.

Dit is onderdeel van de plicht die rust op de regering tot het implementeren van het recht op gezondheid.

Om deze reden is het van essentieel belang dat de overheid respecteert dat burgers hun zienswijze over gezondheidsdiensten, zoals het vaccineren, kunnen ventileren.

Alleen door informatie-uitwisseling zullen sociaaleconomische determinanten kunnen worden geïdentificeerd en geadresseerd.

In zijn mediabriefing van 11 maart 2020 heeft Dr. Tedros Adhanom Ghebreyesus, de Director General (DG) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de WHO-lidstaten opgeroepen tot behoorlijk bestuur bij de aanpak van de Covid-19-pandemie.

Hij riep de lidstaten op om een goed evenwicht te vinden tussen het beschermen van de gezondheid, het minimaliseren van economische en sociale ontwrichting en het respecteren van de mensenrechten.

Volgens dr. Tedros bieden mensenrechtenkaders een cruciale structuur om effectief de wereldwijde inspanningen te versterken bij de aanpak van de pandemie.

De Covid-19-richtlijnen van de VN Mensenrechtenraad van 13 mei 2020 erkennen dat Covid-19 samenlevingen, regeringen en individuen zwaar op de proef stelt.

Maar ook de Raad roept op tot behoorlijk bestuur waarbij er in solidariteit en middels samenwerking wordt opgetreden tegen Covid-19.

Volgens de Raad zal er met gelijke inspanningen getracht moeten worden om de effecten van de maatregelen tegen de verspreiding van COVID-19 te verzachten.

Daarbij is respect voor mensenrechten over het hele spectrum, inclusief economische, sociale, culturele en burger- en politieke rechten, volgens de Raad van fundamenteel belang voor het succes van de interventies gericht op de volksgezondheid en het overwinnen van de pandemie.

Behoorlijk bestuur zegt alles over hoe de overheid zich verhoudt tot de burger.

Mr. Milton A. Castelen, LL.M, LL.M

Publicatie van ingezonden stukken houdt niet in dat de redactie het eens is met de inhoud. Wenst ook u een ingezonden stuk te publiceren? Mail dit naar [email protected]

Overige berichten