Bankiersvereniging heeft begrip voor bijstelling kasreservepercentage

GFC NIEUWSREDACTIE- Ondanks dat de Surinaamse Bankiersvereniging (SBV) niet eens is met de aanpassing van het monetair beleid van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) om 39% van de kasreserves van de SRD te storten bij de moederbank, heeft zij toch begrip voor de invoering van deze maatregel.

SBV-voorzitter Eblein Frangie zegt dat deze maatregel van de Centrale Bank bedoeld is om te voorkomen dat er niet te veel SRD’s in omloop komen.

Ingaande 30 december 2020 werd het SRD-kasreservepercentage bijgesteld met vier procentpunten; aldus wordt het huidige percentage van vijfendertig procent (35%) opgetrokken naar negenendertig procent (39%).

In onze economie is reeds een aantal maanden sprake van een zekere overliquiditeit. Derhalve dragen de extra liquiditeiten in de economie een structureel karakter. Zij vormen een (potentiële) bron van druk op de wisselkoers en daarmee ook op de prijzen van goederen en diensten. In het kader van de monetaire beleidsvoering is het dan ook noodzakelijk om het te veel aan liquiditeiten te binden, voerde de Bank aan.

De verkrapping van de liquiditeiten zal de binnenlandse vraag verminderen hetgeen een positieve impact zal hebben op de binnenlandse inflatie en wisselkoers.

De CBvS heeft de verkrapping van het monetair niet eerder ondernomen vanwege met name COVID-19. De coronapandemie heeft ook de Surinaamse economie enorm getroffen en een verkrapping zou de economische activiteit verder onder druk hebben gezet.

Derhalve was gekozen voor zoveel als mogelijk behoud van economische activiteit en arbeidsplaatsen. Ten behoeve van kredieten aan door COVID-19 getroffen bedrijven heeft de CBvS in samenspraak met de lokale banken sinds 10 augustus 2020 een faciliteit gecreëerd. Deze faciliteit blijft vooralsnog van kracht.

De CBvS zal met een combinatie van monetaire instrumenten de overliquiditeit terugbrengen naar redelijke proporties waarmee storende invloeden op de economie gereduceerd worden. Een belangrijk instrument betreft de verhoging van het kasreservepercentage.

Daarnaast zal de CBvS in goed overleg met de algemene banken de resterende overliquiditeit afromen via het aanbieden van (korte) termijnbeleggingen aan de banken.

Met de combinatie van instrumenten tracht de CBvS tevens een mogelijk negatieve impact van de hogere kasreserveverplichting op de rentepercentages te minimaliseren. Doorgaans gaat een verhoging van het kasreservepercentage gepaard met een lichte toename van de rentes die de banken in rekening brengen op kredieten.

Echter, de renteopbrengsten die de banken zullen genereren op de (korte) termijnbeleggingen moeten de negatieve rente impact mitigeren.

Voorts zullen de CBvS en algemene banken alles in het werk stellen om indien er een eventuele marginale renteverhoging onvermijdelijk wordt, deze door te voeren op consumptie kredieten en niet op investerings- of productieve kredieten.

Overige berichten