Arbeid treft voorbereidingen tweede Decent Work Country Programma

Minister Soewarto Moestadja van Arbeid en de directeur van het regionaal kantoor van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO-Caribbean), Claudia Coenjaerts, hebben van gedachten gewisseld over de opzet van het tweede Decent Work Country Programme (DWCP 2019 -2021). Het eerste programma (DWCP 2014 -2016) heeft Suriname naar tevredenheid van de ILO uitgevoerd.

Dit programma heeft hoofdzakelijk geresulteerd in zowel het aanpassen van bestaande alsook de productie van nieuwe arbeidswetten. De ILO-directeur zal gedurende haar kort verblijf in ons land verschillende belanghebbende organisaties en instanties raadplegen over de opzet van het DWCP-2. De directeur is vergezeld van twee staf functionarissen.

Voor het tweede programma hebben de ILO en het ministerie thema’s geïdentificeerd die zich vooral richten op het verzamelen van data om gericht duurzame beleidsmaatregelen te kunnen treffen, institutionele versterking, handhaving van wetten, en economische diversiteit in rurale gebieden. Deze thema’s zullen een integrale aanpak van het ministerie vereisen binnen de publieke sector.

Afgezien van de overheid zullen het bedrijfsleven en de vakbeweging wederom participeren in dit programma. De specifieke activiteiten in dit kader zullen nog gelist worden.

De verwachting is dat het programma per 1 januari 2019 ingaat voor een periode van twee jaar. Het bedoeld plan zal aansluiting vinden op de beleidsnota van het ministerie, het Ontwikkelingsplan 2016- 2021 en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties.

Ons land is met medewerking van de ILO sinds 2014 bezig met de uitvoering van het Decent Work Country Programma. Dit programma wordt in lidlanden van de ILO uitgevoerd en het tracht de negatieve sociale effecten van globalisering te bestrijden.

Het programma beoogt fatsoenlijk werk voor iedereen. Om dit te bereiken wordt tripartisme en sociale dialoog bevorderd in lidlanden. Voorts stimuleert dit programma de creatie van meer mogelijkheden op de arbeidsmarkt met het doel te voorzien in fatsoenlijk werk en fatsoenlijke inkomens voor zowel man als vrouw. Ook wordt extra nadruk gelegd op het ingang doen vinden van fundamentele arbeidsnormen op nationaal niveau.(GFC)