Amerikaanse regering geeft toe aan olie-industrie, heft veiligheidsmaatregelen op

Redactie GFC Nieuws — Na de olieramp in de Golf van Mexico (2010), toen een platform van de oliemaatschappij BP explodeerde en er niet alleen 13 doden en 17 gewonden vielen, maar ook drie maanden lang elke dag miljoenen liters ruwe olie in zee stroomden, legde toenmalig president Barack Obama strenge veiligheidsmaatregelen vast. De huidige regering vindt die maar lastig en hief ze op.

Obama riep de olievervuiling uit tot nationale ramp. Enkele Amerikaanse staten kondigden de noodtoestand af vanwege de vervuiling.

De olie- en gasindustrie bevocht jarenlang de strenge regelgeving: te duur, vond zij, en moeilijk na te leven. Voorstanders van de regels zeggen dat zij juist een nieuwe ramp hebben voorkomen.

Minister David Bernhardt van Binnenlandse Zaken zei in een verklaring dat nieuwe ontwikkelingen en innovaties de oude regels onnodig maken.

De nieuwe regels verminderen de frequentie van tests voor belangrijke apparatuur. Het gaat bijvoorbeeld om blow-out-preventers, die op het boorgat op de oceaanbodem zitten en de laatste verdediging zijn tegen enorme gushers.

Inspecties hoeven niet meer plaats te vinden door overheidsinspecteurs. De oliebedrijven kunnen gebruik maken van externe bedrijven om apparatuur te controleren. Bovendien hoeven die veel minder vaak te inspecteren.

Overige berichten