Alertheid gevraagd bij griepverschijnselen

Het ministerie van Volksgezondheid heeft geconstateerd dat er een toename is van het aantal gevallen van mensen met griepverschijnselen.

Keel – en neusuitstrijkjes van zowel opgenomen als van poliklinische patiënten hebben aangetoond dat het om het welbekende influenza AH1N1-virus gaat.

Alhoewel het grootste deel van de patiënten milde tot matige klachten heeft, presenteert een aantal patiënten zich met een ernstiger ziektebeeld, zoals ouderen, mensen met een chronische ziekte, bestaande hart en longklachten. De zogeheten risicogroepen.

De instanties van het Ministerie van Volksgezondheid; BOG, de ziekenhuizen en RGD zijn voorbereid en het Ministerie houdt nauwlettend de trend in de gaten.

De verschijnselen van griep zijn:

Plotselinge koude rillingen
Hoofdpijn
Spierpijn

Kenmerkend is de koorts, die binnen 12 uur kan oplopen tot 39 °C of hoger. De koorts duurt vaak 3 tot 5 dagen.

Klachten als keelpijn en een droge hoest kunnen ook optreden. Volledig herstel duurt 1 tot 3 weken.

De voorzorgsmaatregelen die van toepassing zijn bij het voorkomen van elke vorm van griep en dus ook ter voorkoming van een besmetting zijn als volgt:

Was uw handen regelmatig. Deze simpele handeling voorkomt 95% van alle infecties

Raak zo min mogelijk uw mond, neus of ogen aan.

Blijf zo veel als mogelijk uit de buurt van mensen met griepverschijnselen. Mond neusmaskers kunnen de verspreiding van virussen alleen voorkomen als ze goed worden gebruikt.

Maak voorwerpen zoals deurhendels, die door vele mensen worden aangeraakt, regelmatig schoon.

Ventileer woon- en slaapruimten.

Bij griep zijn de volgende maatregelen van belang:

Blijf thuis gedurende de periode dat u besmettelijk bent. Bel uw huisarts voor advies. Als u toch naar de poli moet, bedek dan uw mond en neus met een mondneus masker of zakdoek of laat een begeleider bij de balie vragen naar een mond neusmasker voordat u de poli betreedt.

Was regelmatig uw handen met water en zeep en raak zo min mogelijk uw mond, neus of ogen aan. Handen wassen is belangrijk voor het eten en na het hoesten, niezen of snuiten en na contact met lichaamsvloeistoffen (snot, spuug).

Droog uw handen met een droge en schone papieren of stoffen handdoek, een stuk keukenpapier (towel) of warme lucht.

Het is belangrijk dat u de materialen om uw handen aan te drogen slechts één keer gebruikt. Als de handen niet zichtbaar vuil zijn, kunt u handalcohol gebruiken (en hoeven de handen niet eerst gewassen te worden).

Als u niest of hoest bedek uw neus en mond bij voorkeur met uw mouw of elleboogplooi. Nies of hoest niet in de richting van een ander. Draai het hoofd weg of buig het hoofd.

Als u niest of hoest in uw hand, was het daarna meteen met zeep.

Gebruik bij voorkeur papieren zakdoeken of tissues bij hoesten, niezen of snuiten en gebruik ze slechts één keer. Gooi ze daarna in de vuilnisbak.

Gebruikte zakdoeken in een broekzak besmetten namelijk ieder keer opnieuw de handen als ze worden aangeraakt. Daarna de handen wassen!

Beperk het contact met anderen zoveel als mogelijk, ook met huisgenoten.
Maak voorwerpen zoals deurhendels die door vele mensen worden aangeraakt, regelmatig schoon.

Denk ook aan speelgoed dat in contact komt met kinderen die griep hebben of verkouden zijn.

Was het beddengoed en eventueel stoffen speelgoed regelmatig. Speciale schoonmaakmiddelen zijn niet nodig.

Ventileer woon- en slaapruimten. Zet shutters altijd iets open of zet het raam op een kier.

Voor informatie kunt u contact opnemen met de BOG-hotline op 178 of 8836643.

Overige berichten