Advocaat Hoefdraad: “pg lijkt in aanvaring te zijn gekomen met de rechtstaat”

GFC NIEUWS- Naar aanleiding van het bericht over de vordering van de procureur-generaal aan de voorzitter van De Nationale Assemblée tot het in staat van beschuldiging stellen van minister Gillmore Hoefdraad, stelt de advocaat van de minister, Frank Truideman, dat nu pas zijdens het Openbaar Ministerie de juiste procedure in acht is genomen.
Truideman verduidelijkt het één en ander door er op te wijzen dat reeds op 16 april bij zijn cliënt een schrijven afkomstig van een inspecteur van politie werd bezorgd, waarin de minister in opdracht van de procureur-generaal wordt opgeroepen voor een verhoor als verdachte op woensdag 22 april inzake het onderzoek naar gepleegde malversaties bij de Centrale Bank van Suriname.
“In antwoord hierop heb ik de pg niet openlijk verwezen naar de te volgen procedure nu het in deze een politieke ambtsdrager betreft, maar volstaan met de mededeling dat wij deze stap van het Openbaar Ministerie niet begrijpen.”
Het vervolgingsmonopolie van -gewezen- politieke ambtsdragers ligt op grond van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers van 18 oktober 2001 immers niet bij het Openbaar Ministerie, maar bij De Nationale Assemblee. “Deze wet en het gezag van DNA worden ondermijnd, indien de daarin voorgeschreven procedure niet eerst wordt doorlopen alvorens mijn cliënt uit te nodigen voor een verhoor als verdachte of anderszins onderzoekshandelingen jegens hem te ondernemen”, aldus Truideman.
De Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers vloeit rechtstreeks voort uit artikel 140 van de Grondwet en met ernst moet worden afgevraagd of de procureur-generaal niet in aanvaring is gekomen met de rechtstaat, nu mijn cliënt formeel met terzijdestelling van de procedure via DNA per brief van 16 april 2020 is opgeroepen om als verdachte gehoord te worden. Dat het OM daarna de fout heeft gecorrigeerd door achteraf de juiste weg te volgen, doet niets af aan het gebeurde, zo betoogde minister Hoefdraad’s advocaat.
De bedoeling van deze wet is geenszins dat DNA treedt in de beoordeling van de gegrondheid van het aanmerken van een politieke ambtsdrager als verdachte. De Nationale Assemblee moet enkel bepalen of de vervolging van zo een functionaris ‘in politiek bestuurlijk opzicht in het algemeen belang moet worden geacht’. Indien de Nationale Assemblee oordeelt dat vervolging van de politieke ambtsdrager niet in het algemeen belang is dan is er volgens Truideman geen vervolgingsrecht.
De advocaat zegt zijn cliënt geadviseerd te hebben om geen gevolg te geven aan de oproep voor verhoor als verdachte op 22 april en zulks ook aan de procureur-generaal te hebben bericht, waardoor de pg de ruimte kreeg om de ingezette schending van artikel 140 van de Grondwet in te dammen.

Overige berichten