ABOP: benoeming of ontslaan ministers geen aangelegenheid van DNA

GFC NIEUWSREDACTIE- Het benoemen of ontslaan van ministers is geen aangelegenheid van De Nationale Assemblee (DNA).

Zo reageert coalitiepartner ABOP op een brief van de fractie van de VHP aan president Chandrikapersad Santokhi.

Vicepresident Ronnie Brunswijk zei eerder dat er een gesprek is geweest tussen hem, de president en minister Diana Pokie. ‘Er is consensus bereikt’, zegt de vp.

Wat het akkoord inhoudt, zegt Brunswijk echter niet. Op 24 mei wordt een grote evaluatie gedaan van het functioneren van de ministeries.

Tijdens een spoedvergadering zaterdag zegt Brunswijk dat het gelukt is om de leden die erg verhit waren na de brief van de VHP-fractie te bedaren.

Hieronder de verklaring van de ABOP:

In de media is onlangs het bericht verschenen dat de fractie van de VHP binnen De Nationale Assemblee er geen voorstander van is dat Diana Pokie als minister van Grondbeleid en Bosbeheer wordt vervangen. Indien de minister wordt vervangen, vraagt de VHP-fractie dat de opengevallen functie dwingend wordt ingevuld met een voordracht uit de VHP.

BEKIJK OOK MEER GFC NIEUWS: Meisjes in Paramaribo weigeren namen Surinaamse ministers te bestuderen, geen respect voor ze

De ABOP stelt zeer nadrukkelijk dat:

1. in artikel 110 van de Grondwet de bevoegdheden van de president zijn geregeld met betrekking tot andere (Staats)organen.
Tot deze bevoegdheden behoren onder andere:
– het formeren van de Raad van Ministers en
– het benoemen en ontslaan van ministers.

Dit zijn exclusieve bevoegdheden, weshalve voor het exerceren van deze bevoegdheden de president geen goedkeuring e/o instemming behoeft en zeker niet van, welke fractie dan ook binnen De Nationale Assemblee.

Het moet aldus duidelijk zijn dat het formeren van de Raad van Ministers en/of het benoemen en ontslaan van ministers geen aangelegenheid is van (leden van) De Nationale Assemblee.

2. aan De Nationale Assemblee de grondwettelijke taak is opgedragen om de regering ter verantwoording te roepen en deze bevoegdheid bij het parlement als geheel berust en niet bij één enkele fractie, ongeacht of die fractie het meeste aantal zetels houdt binnen de coalitie.

Deze bevoegdheid wordt bovendien niet buitenparlementair, doch parlementair uitgeoefend. Met voorgenoemde actie schept de VHP-fractie een gevaarlijk precedent.

3. geen enkele fractie heeft suprematie boven een andere fractie en zeker niet over de regering.

Overige berichten