ABI wil 4000 arbeidsplaatsen creëren in achterland Suriname

De Associatie van Binnenlandse Industriëlen (ABI) heeft gepland om binnen vijf jaar minimaal 4.000 arbeidsplaatsen te creëren in dorpen in het achterland van Suriname.

Met een werkkapitaal van 50 miljoen Amerikaanse dollar zullen ongeveer 28 productiebedrijven ingezet worden met als doel export naar onder andere landen in Afrika.

De associatie heeft verschillende branches geïdentificeerd waarin de lokale inwoners ingezet kunnen worden. Deze zijn onder meer meubelmakers, gidsen, docenten, transporteurs.

“Wij zijn een platform van ondernemers van het binnenland. Wij leveren onze bijdrage leveren in de diversificatie van onze economie door middel van productie en export van hout, landbouw, toerisme, medicinale planten en kruiden en andere diensten zoals lokaal transport, administratie en belastingaangifte”, aldus ABI-voorzitter George Lazo.

Volgens hem wil de organisatie, tegen het licht van de huidige crisis, een voorname rol vervullen in de bevordering van de productiesector, vooral in het achterland van Suriname.

“Dat gemikt wordt op onder meer Afrikaanse landen als afzetmarkt ligt in het feit dat die consumenten al vertrouwd zijn met bijvoorbeeld de kruiden die hier worden gebruikt”, verduidelijkt Lazo, de beweegredenen van de associatie.

Financieringsmogelijkheden

De financieringsmogelijkheden die nu geboden worden vanuit de regering voor de inzet van middelen van de Islamitische Ontwikkelingsbank, de Caraibische Ontwikkelingsbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, ziet de ABI als een goede gelegenheid om werkkapitaal beschikbaar te hebben.

“De productiesector in het achterland verdient ook aandacht. De ABI heeft gesprekken hiertoe al gestart. In de komende weken zal het ondernemersplatform meer allianties aangaan. Wij willen die mensen ook meenemen in het proces van productiesysteemverbetering met de meest geavanceerde machines, mechanisme en innovatie.”

Lazo wijst echter op één belangrijke barrière, het grondenrechtenvraagstuk. “Het niet hebben van titel op grond houdt ons achter, omdat garantie ontbreekt ten aanzien van investeringen op die locaties”.(GFC)

Overige berichten