Aangeboden | De voedselschuur van de regio

In het ochtendblad de Ware Tijd verscheen onlangs een artikel onder de kop “We missen de concrete plannen nog”. Het betreft een interview met de minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij waarbij de minister het volgende concludeert: “Suriname is nog niet gereed om de voedselschuur te worden van de regio.

Om dat niveau te bereiken, moeten er betere voorwaarden worden gecreëerd. Met name de verschillende groepen binnen de agrarische en de pluimveesector moeten meer vorm krijgen en zeer goed op elkaar zijn afgestemd.”

Het idee om de voedselschuur te worden van de regio ontstond in de tweede helft van de 90-er jaren van de vorige eeuw, toen een zeer hooggeplaatst en financieel zeer sterk vooraanstaand lid van een politieke organisatie het idee opperde om in het district Nickerie citrus te telen voor de export naar de regio.

Daartoe achtte hij een deel van de Coöperatieve Stalweide zeer geschikt en verkreeg hij van de toenmalige regeerders een aanzienlijk deel van bedoelde stalweide toegewezen, ondanks protesten van leden van de organisatie die de Stalweide beheerde.

In hoeverre er vooraf een bodemonderzoek is verricht teneinde na te gaan of de grond wel of niet geschikt was voor de citrusteelt is onbekend.

Ons land heeft een positieve “citrushistorie” gekend. In de bloeiperiode van de plantages Alliance in Commewijne en Morgenstond (thans Paramaribo-Noord) werd citrus geëxporteerd naar Nederland.

Gaandeweg bloedde de citrusplantage Alliance dood (mismanagement vanwege de overheid?), terwijl de eigenaren van Morgenstond meer heil zagen in de verkaveling van de plantage. Zo ontstond er een nieuwe woonwijk.

In de beginjaren-70 van de vorige eeuw werd in de Tawajaripolder gepoogd om wederom een aanvang te maken met de teelt van citrus. Een groot areaal van enkele honderden ha werd ingepolderd en ingericht voor de aanplant. Bedrijfsleiderwoningen werden neergezet terwijl ook pakloodsen werden gebouwd. Pas toen de eerste planten in de grond zouden worden gezet, bleek de grond er niet geschikt te zijn voor de citrusteelt. Wat een beleid werd er toen gevoerd!

In het district Brokopondo, met name te Baboenbol, werd eveneens in de beginjaren-70 van de vorige eeuw, onder supervisie van de Stichting Experimentele Landbouw (S.E.L.), een nieuw project gestart voor de citrusteelt. Ook dit werd een grote mislukking!

In de 80-er jaren, na de machtsovername door de groep van 16, werd aan een ondernemer/kippenkweker een groot stuk terrein in het district Saramacca toegewezen, alwaar betrokkene voornemens was maïs te telen. Een deel van de opbrengst zou worden bestemd voor de lokale productie van veevoer, terwijl een ander deel zou worden geëxporteerd naar de regio.

Deviezen zouden het land binnenstromen. Er werd geen korrel maïs de grond in gedaan, terwijl een van de beoogde veevoerfabrieken waar een deel van de opbrengst ook zou worden verwerkt, er thans overwoekerd uitziet. Het desbetreffende projectdossier werd destijds geschreven door het Bureau INDEX.

Terecht heeft de minister van Landbouw in het bewuste artikel gesteld dat zonder hard en samen te werken, Suriname geen voedselschuur van de regio zal worden.

Willen wij een rol van betekenis vervullen in de regio, dan zullen we als land onze focus moeten richten op welke producten toegang zullen hebben op de markt in de regio. Dat is ook de visie van de minister.

Daarbij is het ook enorm van belang dat de hindernissen, die ons steeds in de weg hebben gestaan en nog steeds staan om onze producten op de regionale markt af te zetten, overbrugd worden. De Doksenclub is al bijkans langer dan vijf jaren bezig voet aan de grond te krijgen in de regio en nog steeds zijn de hindernissen niet overwonnen. Maar goederen uit de regio overspoelen de Surinaamse markt, alsof de handel uit de regio eenrichtingsverkeer is!

Onlangs bracht de Indiase President Shri Ram Nath Kovind een staatsbezoek aan ons land. Dit resulteerde in een verruiming van de reeds bestaande kredietlijn beschikbaar gesteld door India tot een bedrag groot USṨ 80.000.000. Welk deel van de kredietlijn bestemd is voor de agrarische sector, is jammer genoeg niet aangegeven.

Het is evenwel een vaststaand feit dat de agrarische sector de toekomst is voor Surinames economie. Bauxiet heeft zijn tijd al gehad. Alcoa en de Billiton zijn al weg. Goud en olie zullen over enkele decennia opraken. En als er niets meer te verdienen zal zijn zullen ook zij vertrekken. Daar is geen twijfel over!

Op agrarisch gebied kan India enorm veel voor ons land betekenen. India behoort tot de 10 grootste producenten van knoflook, rijst, papaja, gember, suiker, pompoen, kokos, melk, aardappelen, oker, sinaasappelen, ananas, tomaat etc. in de wereld. Allemaal producten die goed gedijen in Suriname.

Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij dient liever gisteren dan vandaag de nodige stappen te ondernemen om een katalysatorfunctie te kunnen vervullen teneinde (buitenlandse) investeerders aan te trekken om al dan niet in samenwerking met de investeerders projecten te initiëren voor de teelt van een aantal van bovengenoemde producten. Mogelijk dat uit de kredietlijn met India deskundigen en fondsen beschikbaar kunnen worden gesteld voor onderzoek en teelt met als uiteindelijk doel export van enkele van de producten naar de regio. De markt is er en de mogelijkheden zijn er ook!

We zijn het volkomen eens met de minister van Landbouw, als hij stelt dat de voedselschuur niet van de ene op de andere dag kan worden gerealiseerd. Maar heer minister, wij zijn zeker bijkans 20 jaren verder toen de eerste sinaasappelplanten in de grond zouden worden gedaan.

Er wordt al decennialang gepraat over de voedselschuur voor de regio. Wat heeft uw ministerie de afgelopen periode gedaan. Welke initiatieven hebben uw voorgangers genomen. Een uwer ex-collega’s heeft, tijdens zijn bewind, een dienstreis ondernomen naar Barbados en zou schapen van het ras “Black Belly” naar Suriname halen om de schapenteelt te bevorderen. Wat heeft dit alles opgeleverd?

Heer minister, gedurende de afgelopen 30 tot 40 jaren is er veel misgegaan op het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. De staat waarin het terrein en het gebouwencomplex van het ministerie zich bevinden liegt er niet om. U treft geen blaam, vermits U er niet al te lang de scepter zwaait. Maar dat op uw schouders een enorm zware taak rust alsook een grote verantwoordelijkheid, daar zal menigeen met ons eens zijn.

Liever gisteren dan vandaag zal uw ministerie een aanvang dienen te maken met het stappenplan, zoals u het heeft verwoord tijdens het interview met het dagblad de Ware Tijd.

Als er niets wordt gedaan gebeurt er ook niets!

R. Paltantewari

 

Plaatsing van ontvangen artikelen op onze website houdt niet in dat de redactie het eens is met de inhoud. Lees hier onze voorwaarden; de volledige tekst van de disclaimer leest u hier.
Artikel plaatsen? Misschien zijn deze tips handig voor u!

Overige berichten