Docent, auteur en kunstenares Ida Thornhill heeft ernstige twijfels over de vraag of het opnieuw invoeren van de doodstraf in Suriname daadwerkelijk zal bijdragen aan het terugdringen van zware criminaliteit.
Volgens haar is het begrijpelijk dat inwoners van Suriname na gewelddadige misdrijven verlangen naar strengere straffen, maar moet tegelijkertijd worden gekeken naar de daadwerkelijke effectiviteit daarvan.
Thornhill wijst erop dat internationaal onderzoek geen overtuigend bewijs heeft opgeleverd dat de doodstraf moord en andere ernstige misdrijven effectief afschrikt.
Onderzoek geeft geen overtuigend bewijs
Een belangrijke wetenschappelijke studie van de Amerikaanse National Research Council uit 2012 onderzocht tientallen jaren aan onderzoek naar de afschrikkende werking van de doodstraf.
De onderzoekers concludeerden dat de beschikbare studies onvoldoende betrouwbaar waren om vast te stellen of de doodstraf het aantal moorden vermindert, verhoogt of helemaal niet beïnvloedt.
Thornhill vindt dat dergelijke onderzoeksresultaten serieus moeten worden genomen bij discussies over het strafrechtelijk beleid in Suriname.
Suriname kan een andere situatie kennen
Tegelijkertijd legt de docente uit dat Suriname niet zonder meer met de Verenigde Staten kan worden vergeleken. Verschillen in criminaliteit, maatschappelijke omstandigheden, rechtshandhaving en de werking van het strafrecht kunnen ervoor zorgen dat maatregelen in verschillende landen anders uitpakken.
Volgens haar is het daarom belangrijk om ook de specifieke Surinaamse omstandigheden te onderzoeken voordat conclusies worden getrokken.
Streng straffen is niet automatisch effectief
Ze vindt dat bij de bestrijding van zware criminaliteit eveneens aandacht moet worden besteed aan de pakkans, opsporing, vervolging en preventie.
De discussie over de doodstraf verdient volgens haar een grondige, feitelijke benadering, waarbij niet alleen emoties, maar ook wetenschappelijke inzichten en de Surinaamse werkelijkheid een rol spelen.






