Suriname krijgt een positieve beoordeling van de in Londen (VK) woonachtige olie- en gasdeskundige Richard Donnellan, die vier jaar in ons land werkte.
Volgens hem werd het Surinaamse netwerk voor brandstofopslag en distributie ondanks het warme en vochtige klimaat behoorlijk efficiënt onderhouden.
Hij vergelijkt die ervaring met Venezuela, waar verouderde installaties, stroomstoringen en jarenlang achterstallig onderhoud het herstel van de olie-industrie ernstig bemoeilijken.

Donnellan beschrijft deze verschillen in een analyse die hij op 10 oktober publiceerde. Volgens hem bepaalt tijdig onderhoud in belangrijke mate hoe betrouwbaar een olie- en brandstofnetwerk blijft functioneren.
Venezuela kampt met grote problemen
De deskundige verwijst naar recente berichtgeving van The Wall Street Journal over Cabimas, een belangrijke oliestad aan het Meer van Maracaibo.
Daar staan volgens de krant verroeste boorinstallaties en beschadigde platforms. Ook zijn er lekkende pijpleidingen en vallen oliepompen stil wanneer de elektriciteit uitvalt.
Venezuela produceerde eind jaren negentig nog meer dan 3,2 miljoen vaten olie per dag. De productie ligt inmiddels iets boven één miljoen vaten.
Van de ongeveer 30.000 olieputten zou slechts een derde actief zijn.
Achterstallig onderhoud wordt steeds duurder
Volgens Donnellan ontstaat een groot probleem wanneer bedrijven onderhoud uitstellen om kosten te besparen.
Apparatuur raakt verder beschadigd, onderdelen worden uit andere installaties gehaald en uiteindelijk moeten complete systemen worden vervangen.
Hij verwijst naar schattingen van het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA, dat ongeveer 8 miljard Amerikaanse dollar nodig zou hebben om het pijpleidingennetwerk te herstellen.
Internationale sancties bemoeilijken daarnaast de aanschaf van apparatuur, reserveonderdelen en gespecialiseerde diensten.
Ook Rusland ondervindt problemen
Donnellan trekt een vergelijking met Rusland. Volgens het Internationaal Energieagentschap daalde de verwerking van ruwe olie door Russische raffinaderijen in juni 2026 tot ongeveer 3,8 miljoen vaten per dag, circa 30 procent minder dan een jaar eerder.
Aanvallen op raffinaderijen en beperkte toegang tot bepaalde buitenlandse onderdelen vertragen volgens het agentschap het herstel.
Belangrijke les voor Suriname
Voor Suriname is deze vergelijking actueel vanwege het GranMorgu-olieproject. TotalEnergies verwacht in 2028 met de offshoreproductie te beginnen. In september arriveerde belangrijke productieapparatuur in het land.
Donnellan ziet vooral Guyana als voorbeeld van een land dat relatief nieuwe installaties kon opbouwen, terwijl Venezuela met een omvangrijke oude infrastructuur zit.
Zijn analyse maakt duidelijk waarom onderhoud, betrouwbare elektriciteit en voldoende technische onderdelen volgens hem vanaf het begin aandacht moeten krijgen.
Voor Suriname wordt dat ook belangrijk naarmate de offshoreolieactiviteiten verder uitbreiden.






