In een ander land, waar men het zou begrijpen, zou je iets anders verwachten. De VHP is met zeventien zetels de grootste oppositiepartij van Suriname. De NDP heeft achttien zetels en vormt samen met de NPS de regering. Je zou verwachten dat de VHP de regering in De Nationale Assemblee stevig aanpakt.
Zeker nu Suriname voor grote economische uitdagingen staat. De staatsschuld blijft hoog. Het IMF rapporteerde voor 2025 een bruto overheidsschuld van ongeveer 106 procent van het bbp. Tegelijkertijd staat Suriname aan de vooravond van een grote olie- en gasontwikkeling.
Maar de VHP lijkt onvoldoende gebruik te maken van haar positie als oppositiepartij.
De VHP lijkt daarmee te gokken met haar eigen toekomst. Ook met de toekomst van haar achterban. En daarmee indirect met de toekomst van Suriname.
Na 75 jaar nog altijd de vraag: waar is het talent?
Na ongeveer 75 jaar zou je van een grote politieke partij mogen verwachten dat zij een stevige opvolgingsstructuur heeft.
Toch lijkt de partij opnieuw vooral rond personen te draaien.
Waar is het talent van de VHP? Wie staat klaar? Wie wordt opgeleid? Wie krijgt de ruimte om zich te ontwikkelen?
Dat zijn belangrijkere vragen dan alleen: wie wordt de volgende voorzitter?
Misschien moeten we de VHP daarom tijdelijk maar een andere naam geven: Casino de Olifant.
De olifant is nog herkenbaar. Maar de politieke inzet lijkt steeds meer op een gokspel.
Wie bedenkt de strategie voor mei 2027?
De interne verkiezingen van de VHP staan voor mei 2027 op de agenda. Daarmee komt de partij voor een belangrijk moment te staan.
Wie bepaalt de strategie?
Wie bepaalt de koers?
En vooral: heeft de partij geleerd van de verkiezingen van 2025?
Bij die verkiezingen behaalde de VHP zeventien DNA-zetels. De NDP werd met achttien zetels de grootste partij. De VHP verloor daarmee drie zetels ten opzichte van 2020.
Dat zou voldoende reden moeten zijn voor een grondige evaluatie.
Niet alleen van personen. Ook van strategie, organisatie en ideologie.
One man, one vote
Een van de fundamentele vragen is de interne democratie.
Waarom zouden VHP-leden niet rechtstreeks hun voorzitter kunnen kiezen?
Waarom moet de keuze via afgevaardigden en partijstructuren lopen?
Een systeem waarbij leden rechtstreeks hun voorzitter kiezen, zou de betrokkenheid van de achterban kunnen vergroten. Het zou ook duidelijk maken hoeveel draagvlak een kandidaat werkelijk heeft.
Een politieke partij die democratie uitdraagt naar de samenleving, moet die democratie ook binnen haar eigen muren serieus nemen.
De partijleiding na Santokhi
Sinds het overlijden van Chan Santokhi op 30 maart 2026 bevindt de VHP zich in een nieuwe fase. Santokhi was sinds 2011 partijvoorzitter en heeft de partij gedurende vele jaren geleid.
De opvolgingskwestie gaat daarom over meer dan een bestuursfunctie.
Het gaat over de identiteit van de partij.
Het gaat over de vraag welke VHP na Santokhi moet ontstaan.
Glenn Oehlers vervult momenteel de rol van partijvoorzitter. Rond de toekomstige leiding worden verschillende namen genoemd. Daarmee ontstaat gemakkelijk een discussie over personen.
Maar dat is niet genoeg.
De echte vraag is: welke VHP wil men in 2027 neerzetten?
Van Verbroederingspolitiek naar Bromki Djari
De VHP heeft in haar geschiedenis verschillende politieke concepten gebruikt.
De verbroederingspolitiek van Jagernath Lachmon werd een belangrijk onderdeel van de identiteit van de partij. Later moest Bromki Djari de VHP nadrukkelijker positioneren als een nationale en multi-etnische partij.
Dat heeft de partij daadwerkelijk verbreed.
Onder Santokhi werd de VHP duidelijk meer dan een partij die alleen met haar traditionele achterban werd geassocieerd. De partij benadrukt nog altijd Lachmons gedachtegoed van verbroedering, verdraagzaamheid en nationale eenheid.
Maar daar zit ook de uitdaging.
Een partij kan zeggen dat iedereen welkom is. Dat betekent nog niet dat zij automatisch een nieuwe generatie leiders creëert.
Een partij kan een sterke leider hebben. Dat betekent evenmin dat er een duurzaam systeem bestaat waarin nieuwe leiders worden opgeleid, getest en klaargestoomd.
De generatie die niet op tijd werd klaargestoomd
En dan moet men gokken.
Niet omdat een partij tientallen jaren vooruit moet kunnen voorspellen wie haar leider wordt. Wel omdat een volwassen politieke organisatie ervoor moet zorgen dat meerdere mensen klaarstaan wanneer de omstandigheden veranderen.
Daar ligt misschien wel de grootste uitdaging voor de VHP.
Suriname heeft vaker gezien wat er gebeurt wanneer politieke organisaties sterk afhankelijk worden van individuen. De NDP werd jarenlang sterk verbonden met Desi Bouterse. De NPS kende verschillende periodes van ideologische en organisatorische verandering.
Ook de militaire coup van 1980 heeft laten zien hoe kwetsbaar politieke instituties kunnen worden wanneer macht zich sterk rond personen en structuren concentreert.
Dat is geen oordeel over iedere individuele politicus.
Het is wel een institutionele les.
Wanneer een organisatie jarenlang leunt op één dominante leider, wordt diens vertrek automatisch een stresstest.
Precies daar staat de VHP nu.
Niet alleen een nieuwe voorzitter, maar een nieuwe koers
Het probleem is dus niet dat er geen potentiële leiders zijn.
Er zijn verschillende bekende namen.
Er is intern debat.
Er zijn verschillende opvattingen over de toekomst.
Maar de discussie mag niet blijven steken bij de vraag wie het voorzittersbordje op zijn bureau krijgt.
Recent heeft VHP Nederland-voorzitter Lachman Soedamah juist gepleit voor een fundamenteel debat over de ideologische en organisatorische koers van de partij richting 2027. Daarbij noemt hij onder meer een sociaaldemocratische, sociaalliberale of meer op duurzaamheid gerichte koers.
Daar ben ik het niet mee eens.
De VHP moet volgens mij veel duidelijker kiezen voor ondernemerschap, economische vrijheid en vooruitgang.
Een moderne VHP zou ruimte moeten bieden aan ondernemers, werknemers en mensen die economische zelfstandigheid willen opbouwen. De partij zou moeten inzetten op verantwoordelijkheid, kansen en prestaties.
Een sociaal vangnet blijft noodzakelijk voor mensen die door ouderdom of omstandigheden niet zelfstandig kunnen voorzien in hun bestaan.
Maar een vangnet mag geen vervanging worden voor economische participatie.
De VHP zou daarom een liberale, economisch vooruitstrevende en meritocratische koers kunnen kiezen.
Niet iedereen dezelfde uitkomst beloven.
Wel iedereen de kans geven om vooruit te komen.
Dat debat is veel belangrijker dan de vraag wie straks voorzitter wordt.
Ondertussen staat Suriname niet stil
Suriname heeft geen tijd voor een eindeloze politieke stoelendans.
De economische werkelijkheid is daarvoor te belangrijk.
Het IMF verwacht voor 2026 een reële economische groei van 3,9 procent en consumenteninflatie van 11,8 procent. Tegelijkertijd benadrukt het IMF dat eerdere vooruitgang op het gebied van macro-economische stabiliteit gedeeltelijk is teruggelopen.
Daar komt de ontwikkeling van de offshore olie- en gassector bij.
Het IMF verwacht dat de olieproductie vanaf 2028 een zeer sterke impuls aan de economische groei kan geven.
Dat betekent dat Suriname behoefte heeft aan sterke politieke organisaties.
Aan duidelijke economische visies.
Aan goede instituties.
En vooral aan leiders die weten waar zij naartoe willen.
Misschien moet de olifant eindelijk in de spiegel kijken
De gemakkelijkste oplossing is zeggen dat de VHP een nieuwe sterke leider nodig heeft.
Maar misschien is dat precies de verkeerde conclusie.
De VHP heeft niet opnieuw één persoon nodig die alles bepaalt.
De partij heeft een generatie nodig.
Een generatie van leiders die samen verantwoordelijkheid kunnen dragen.
Dat betekent investeren in jongeren. In vrouwen. In deskundigheid. In lokale structuren. In beleidsontwikkeling. In politieke vorming.
En ook in interne democratie.
Een partij die werkelijk een nationale volkspartij wil zijn, moet niet alleen verschillende groepen kunnen verenigen.
Zij moet ook verschillende generaties leiders kunnen voortbrengen.
Casino de Olifant of politieke renaissance?
Daarom is Casino de Olifant misschien een passende metafoor.
Een partij die haar toekomst vooral laat bepalen door personen, kampen, geruchten en machtsposities loopt het risico dat haar politieke toekomst steeds meer op gokken gaat lijken.
Maar een casino heeft één fundamenteel verschil met een volwassen politieke organisatie.
In een casino is onzekerheid onderdeel van het spel.
In een politieke partij kan voortdurende onzekerheid over leiderschap de geloofwaardigheid van de organisatie aantasten.
De VHP heeft daarom geen nieuwe sterke man nodig.
De partij heeft zelfonderzoek nodig.
De olifant hoeft niet te verdwijnen.
De olifant moet veranderen.
Moderner worden. Sterker worden. Beter georganiseerd worden.
Bromki Djari kan geen vervanging zijn voor een nieuwe inhoudelijke visie. Verbroedering alleen kan geen moderne politieke organisatie bouwen.
De echte vraag voor de VHP is daarom niet wie in 2027 de laatste fiche op tafel legt.
De vraag is of de partij tegen die tijd nog steeds aan het gokken is.
Want als de VHP erin slaagt zichzelf opnieuw uit te vinden als een moderne politieke organisatie met een duidelijke ideologische koers, meerdere geloofwaardige leiders en een sterke interne democratie, kan de huidige crisis juist een keerpunt worden.
Maar als de discussie uitsluitend blijft draaien om wie voorzitter wordt, welke kandidaat welke achterban heeft en wie uiteindelijk de beste positie krijgt, dan dreigt de partij haar historische naam wel te behouden, maar haar toekomst aan het toeval over te laten.
En dan blijft er inderdaad maar één toepasselijke naam over:
Casino de Olifant.
Dr. Ashwin Ramcharan







