Suriname heeft tijdens het G-Zero Forum in New York voorstellen gedaan voor een gezamenlijke aanpak van de bescherming en het duurzaam beheer van ecosystemen. President Jennifer Geerlings-Simons vertegenwoordigde Suriname tijdens het forum op donderdag 24 september.
De G-Zero-alliantie bestaat uit Suriname, Bhutan, Madagaskar en Panama. Hoewel de vier landen verschillende omstandigheden kennen, hebben zij volgens Suriname een gemeenschappelijk belang bij het beschermen en duurzaam beheren van ecosystemen en natuurlijke koolstofvoorraden.
Gemeenschappelijk behoeften- en ondersteuningskader
Een eerste voorstel betreft het gezamenlijk vaststellen van prioritaire behoeften op technisch, financieel en institutioneel gebied. Suriname pleit daarbij voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijk ‘G-Zero Needs and Support Framework’.
Daarnaast wil Suriname dat toegang tot klimaat- en natuurfinanciering een centrale prioriteit binnen de alliantie wordt.
De landen zouden niet alleen uitdagingen en investeringsmogelijkheden moeten identificeren, maar ook gezamenlijk een pijplijn van investeringsklare projecten moeten ontwikkelen.
Daarbij kunnen volgens het voorstel klimaatfondsen, ontwikkelingsbanken, filantropische instellingen en de private sector worden betrokken.
Waarde van ecosystemen beter in beeld
Een derde voorstel richt zich op het versterken van de mogelijkheden om de waarde van ecosystemen en het beheer daarvan beter zichtbaar en meetbaar te maken.
Suriname noemt daarbij verbeterde systemen voor monitoring, rapportage en verificatie, betere data, ‘Natural Capital Accounting’ en onderling uitwisselbare informatiesystemen.
Deze instrumenten moeten helpen om de bijdrage van landen die belangrijke ecosystemen in stand houden beter inzichtelijk te maken.
Technische samenwerking en kennisuitwisseling
Het vierde voorstel is gericht op een structureel mechanisme voor technische samenwerking en kennisuitwisseling tussen de vier landen.
Volgens president Simons moeten deskundigen uit de verschillende landen ervaringen kunnen uitwisselen, gezamenlijk methodologieën ontwikkelen en capaciteit opbouwen.
Het vijfde voorstel betreft de manier waarop toekomstige investeringen worden uitgevoerd. Daarbij moeten volgens Suriname sterke ecologische en sociale waarborgen, betekenisvolle participatie en een rechtvaardige verdeling van voordelen centraal staan. Daarbij worden specifiek inheemse volken, lokale gemeenschappen, vrouwen en jongeren genoemd.
Concrete resultaten richting COP31
President Simons benadrukte dat de voorgestelde samenwerking volgens haar moet leiden tot concrete nationale ontwikkeling en niet uitsluitend tot institutionele afspraken.
Bij de verdere institutionalisering van de G-Zero moet volgens haar worden voorkomen dat onnodige parallelle bureaucratieën ontstaan. Nieuwe structuren zouden bestaande nationale systemen moeten versterken en met elkaar verbinden.
Suriname wil dat de alliantie vóór COP31 concrete voortgang kan aantonen. Daarbij worden onder meer gezamenlijke prioriteiten, aangewezen aanspreekpunten, een werkend technisch mechanisme, financieringspartners, investeringsklare projecten en een routekaart voor uitvoering genoemd.
Platform voor solidariteit en samenwerking
Suriname ziet de G-Zero volgens president Simons niet alleen als een samenwerkingsverband van landen met belangrijke natuurlijke ecosystemen, maar ook als een platform voor solidariteit, innovatie en praktische samenwerking.
De inzet is om de bescherming van natuurlijk kapitaal te verbinden aan economische weerbaarheid en duurzame ontwikkeling, waarbij ook de bevolking van de betrokken landen moet kunnen profiteren van de waarde van de ecosystemen die worden beschermd.
Bron: gov.sr






