Een migrant uit Suriname kost de Nederlandse overheidsfinanciën volgens een omstreden maar uitgebreid economisch onderzoek gemiddeld honderdduizenden euro’s over de levensloop, terwijl migranten uit onder meer Noord-Amerika, Japan en Scandinavië juist positief uitkomen.
De verschillen lopen binnen hetzelfde rekenmodel op tot meer dan acht ton per migrant.
Het gaat nadrukkelijk om groepsgemiddelden en modelberekeningen, niet om een rekening die iedere individuele Surinamer veroorzaakt.
Suriname komt uit op min €297.000
Onderzoekers Jan van de Beek, Joop Hartog, Gerrit Kreffer en Hans Roodenburg berekenden de netto fiscale bijdrage van verschillende migrantengroepen.
Daarbij worden belastingen en premies afgezet tegen onder meer kosten voor onderwijs, zorg, uitkeringen, AOW en andere overheidsuitgaven.
In het scenario waarin migranten permanent in Nederland blijven, komt een eerste generatie immigrant uit Suriname uit op min €297.000. Daarin zit ook het toegerekende fiscale effect van de tweede generatie.
Noord-Amerikaanse migranten komen volgens dezelfde methode uit op plus €521.000, Japan op plus €477.000 en Denemarken, Zweden en Finland gezamenlijk op ongeveer plus €506.000.
De bedragen zijn uitgedrukt in euro’s van 2016.
Bij remigratie wordt verschil kleiner
De opvallende €297.000 geldt voor een scenario zonder remigratie.
Wanneer de onderzoekers rekening houden met mensen die Nederland later weer verlaten, daalt het negatieve saldo voor Suriname naar ongeveer €185.000.
Ook de positieve bedragen worden dan lager. Noord-Amerika komt bijvoorbeeld uit op ongeveer plus €203.000 en Japan op plus €194.000.
De richting verandert dus niet, maar de omvang wel aanzienlijk.
Werk en inkomen spelen grote rol
Volgens de onderzoekers hangen de verschillen sterk samen met arbeidsdeelname, inkomen, opleidingsniveau, leeftijd bij aankomst en gebruik van sociale voorzieningen.
In de gebruikte gegevens uit 2016 telde de Surinaamse eerste generatie van 25 tot 65 jaar relatief meer uitkeringsontvangers per honderd werkenden dan verschillende hoog scorende migrantengroepen.
Dat betekent niet dat Surinaamse afkomst zelf de oorzaak is. Het model rekent economische kenmerken van historische migrantengroepen door over een volledige levensloop.
Cijfers zijn onderwerp van discussie
Het Nederlandse kabinet noemde de studie eerder gedegen, maar wees ook op de grote invloed van aannames.
Economen hebben daarnaast kritiek op de manier waarop collectieve kosten zoals infrastructuur, bestuur en defensie aan migranten worden toegerekend.
De cijfers moeten daarom niet worden gelezen als exacte kosten van een individuele Surinamer.
Ze laten vooral zien hoe sterk fiscale uitkomsten tussen migrantengroepen volgens één rekenmethode kunnen verschillen.






