Suriname heeft zaterdag 1 augustus officieel de eerste nationale Heritage Month geopend.
In de Palmentuin onthulde president Jennifer Geerlings-Simons het officiële logo van de erfgoedmaand, die in het teken staat van de gedeelde geschiedenis, culturele diversiteit en de gezamenlijke toekomst van de Surinaamse samenleving. Het centrale thema luidt: “Hoe wij hier ook samenkwamen, hoe wij samen verder gaan.”
Met de introductie van Heritage Month wil de regering het materiële en immateriële erfgoed van Suriname onder de aandacht brengen en het historisch bewustzijn versterken.
Symbolische opening verbindt verleden en toekomst
De openingsceremonie begon bij het monument van Koningin Wilhelmina naast Fort Zeelandia. Van daaruit maakten regeringsvertegenwoordigers, diplomaten en vertegenwoordigers van culturele organisaties een symbolische wandeling naar de Palmentuin.
De wandeling stond symbool voor de overgang van het historische verleden naar een gezamenlijke toekomst waarin ontmoeting, cultuur en verbondenheid centraal staan.
Tijdens de ceremonie werd president Simons door presentator Clifton Braam omschreven als de geestesmoeder van Heritage Month.
Diversiteit vormt de identiteit van Suriname
In haar toespraak benadrukte president Simons dat de kracht van Suriname juist schuilt in zijn culturele verscheidenheid.
Volgens het staatshoofd gaat Heritage Month verder dan het organiseren van culturele evenementen. Het initiatief moet ook bijdragen aan onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en beleidsontwikkeling die sociale en regionale ongelijkheid helpen verminderen.
Het maandprogramma is opgebouwd rond vier thema’s: de landen van herkomst, de reis van de voorouders, het samenleven in Suriname en het vastleggen van de opgedane inzichten voor toekomstige generaties.
“Suriname is diversiteit. We hebben geen diversiteit, we zijn diversiteit,” stelde de president. Zij sprak de wens uit dat Heritage Month Surinamers dichter bij elkaar brengt en het besef versterkt dat iedere burger verantwoordelijkheid draagt voor de ander.
Erfgoed leeft in de samenleving
Minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken benadrukte dat cultureel erfgoed niet alleen zichtbaar is in musea of historische gebouwen, maar ook voortleeft in gezinnen, talen, tradities, keukens en gemeenschappen.
Volgens de minister spelen ondernemers, kunstenaars en de toeristische sector een belangrijke rol bij het zichtbaar maken en economisch benutten van de culturele rijkdom van Suriname.
Hij omschreef Heritage Month als een initiatief dat niet draait om nostalgie, maar juist uitnodigt om bruggen te slaan tussen generaties, regio’s en culturen.
Geschiedenis vanuit Surinaams perspectief
Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur legde de nadruk op het belang van cultuureducatie en historisch onderzoek.
Volgens hem moet de geschiedenis van Suriname vaker worden verteld vanuit het perspectief van de Surinaamse bevolking zelf, zodat toekomstige generaties een completer beeld krijgen van hun afkomst en identiteit.
Daarnaast wees hij op de economische waarde van cultureel erfgoed. Door te investeren in de creatieve sector, ambachten en cultureel toerisme kan erfgoed niet alleen behouden blijven, maar ook bijdragen aan duurzame economische ontwikkeling en nieuwe werkgelegenheid.
Heritage Month moet blijvende plaats krijgen
Voorzitter Rachel Pinas van de presidentiële Werkgroep Heritage Month sprak tijdens de officiële opening in Fort Zeelandia over het historische karakter van het initiatief.
Volgens haar is bewust gekozen voor 1 augustus als startdatum, zodat ruimte wordt geboden aan de volledige Surinaamse geschiedenis, waaronder het inheemse verleden, de koloniale periode, de slavernij, contractarbeid en latere migratie.
Pinas verwees daarbij naar artikel 8 van de Grondwet, waarin gelijkheid en het verbod op discriminatie zijn vastgelegd. Heritage Month moet volgens haar bijdragen aan het versterken van deze waarden binnen zowel het onderwijs als de samenleving.
Zij noemde de eerste editie van Heritage Month een historisch moment waarop Suriname ervoor kiest zijn gezamenlijke geschiedenis te omarmen als fundament voor een gezamenlijke toekomst.
Bron: gov.sr






