Voor veel gezinnen die dromen van een leven in Suriname, draait het niet alleen om de verhuizing zelf. Ook vragen over geld spelen een grote rol.
Wat gebeurt er met de AOW, toeslagen en vooral: blijft de Nederlandse kinderbijslag bestaan als kinderen in Suriname wonen?
Zeker nu de remigratie uitkering sinds 1 januari 2025 niet meer kan worden aangevraagd, vragen veel ouders zich af welke financiële ondersteuning nog overblijft.
Opvallend genoeg blijkt Suriname een bijzondere positie te hebben binnen de Nederlandse regels.
Bijzondere uitzondering
In 2012 stopte Nederland met het uitbetalen van kinderbijslag aan de meeste landen buiten Europa. Toch geldt voor een aantal verdragslanden een uitzondering. Suriname is daar één van.
Dat betekent dat Nederlandse kinderbijslag onder voorwaarden kan blijven bestaan als een kind in Suriname woont. Ook gezinnen die remigreren, kunnen in bepaalde gevallen aanspraak blijven maken op deze regeling.
Daar blijft het niet bij. Op papier staat Suriname in Nederlandse tabellen vermeld met een woonlandfactor van 40 procent. Dat zou betekenen dat uitkeringen fors lager uitvallen vanwege de lagere kosten van levensonderhoud.
Voor kinderbijslag geldt echter een uitzondering. Dankzij het verdrag tussen Nederland en Suriname mag deze verlaging niet worden toegepast. In de praktijk ontvangen gezinnen daardoor het volledige Nederlandse bedrag.
Wanneer wel en wanneer niet?
Kinderbijslag is mogelijk als aan de voorwaarden van de Sociale Verzekeringsbank wordt voldaan.
Dat kan bijvoorbeeld wanneer één ouder in Nederland blijft werken of wanneer er nog sprake is van een band met de Nederlandse sociale zekerheid.
Er zijn ook grenzen. Kinderbijslag stopt automatisch als een kind 18 jaar wordt. Ook kan de uitkering vervallen als een verhuizing niet op tijd wordt doorgegeven of als de SVB vaststelt dat er geen recht meer bestaat.
Voor gezinnen die nadenken over een toekomst in Suriname, is het daarom verstandig om vooraf contact op te nemen met de SVB.







