De spanningen binnen de Surinaamse rijstsector blijven een belangrijk aandachtspunt voor de regering.
Volgens minister Mike Noersalim van het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) is de rol van de overheid in deze kwestie voornamelijk faciliterend en gericht op het creëren van randvoorwaarden, terwijl de oplossing primair bij de actoren binnen de sector zelf ligt.
Open markt bepaalt prijsvorming
De minister benadrukte dat de rijstsector opereert binnen een geliberaliseerde markt, waarin vraag en aanbod leidend zijn.
De overheid stelt geen opkoopprijzen vast voor padie. “Het is een zaak tussen de boer en de verwerker,” aldus Noersalim in een vraaggesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS).
Volgens de bewindsman bestaat er al geruime tijd een kloof tussen de prijsverwachtingen van boeren en wat opkopers bereid zijn te betalen.
Tijdens bemiddelingsgesprekken werden prijzen genoemd variërend van SRD 450 tot SRD 550, afhankelijk van de kwaliteit. In de praktijk blijken deze prijsafspraken echter niet altijd te worden nageleefd.
Dialoog tussen actoren essentieel
De minister onderstreepte dat het oplossen van de spanningen afhankelijk is van constructief overleg tussen boeren, opkopers en verwerkers.
Het ministerie heeft reeds initiatieven genomen om deze partijen samen te brengen. Tegelijkertijd gaf Noersalim aan dat recente protesten niet afkomstig waren van de officiële organisatie waarmee de overheid in gesprek is.
Naast bemiddeling heeft de overheid concrete maatregelen getroffen om de sector te ondersteunen. Zo is via het Anne van Dijk Rijst Onderzoekscentrum Nickerie (ADRON) 3,5 ton zaaizaad beschikbaar gesteld en ontvangen boeren een zak ureum per hectare. Niet alle landbouwers hebben echter gebruikgemaakt van deze faciliteiten.
Voor de komende periode wordt gekeken naar aanvullende ondersteuning, zoals extra meststoffen bij grote prijsverschillen. Deze maatregelen zijn gericht op het verhogen van de productie en het stabiliseren van de sector.
Structurele aanpak en investeringen
De regering hanteert een interdepartementale aanpak waarbij meerdere ministeries betrokken zijn. De focus ligt op essentiële randvoorwaarden zoals infrastructuur, irrigatie, drainage en het operationeel houden van voorzieningen zoals het Wakai-pompgemaal. Daarnaast wordt geïnvesteerd in productiefactoren zoals waterbeheer, meststoffen en zaaizaad.
Ook wordt ingezet op versterking van ADRON met nieuwe laboratoriumapparatuur en uitbreiding van onderzoeksfaciliteiten.
Met steun van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) wordt gewerkt aan het herstel van waterschappen en het inhalen van achterstallig onderhoud.
Gedeelde verantwoordelijkheid voor herstel sector
Volgens Noersalim is er binnen de sector bewustzijn over de onderlinge afhankelijkheid tussen boeren, opkopers en verwerkers.
Toch moet dit besef zich nog vertalen in concrete resultaten. De bewindsman benadrukt dat het herstel van de rijstsector een gedeelde verantwoordelijkheid is, waarbij de overheid ondersteuning biedt en boeren zelf zorg dragen voor het onderhoud van hun kavelsloten.
Bron: gov.sr
![[Aggregator] Downloaded image for imported item #433256](https://www.gfcnieuws.com/wp-content/uploads/2026/03/9217ba56-cc22-4197-8623-63d5cb9901c2-750x375.jpg)



![[Aggregator] Downloaded image for imported item #433239](https://www.gfcnieuws.com/wp-content/uploads/2026/03/657498453_1250416197262835_1856493145459402225_n.jpg)


