Eind 1934 startte de eerste vliegverbinding tussen Nederland en Suriname, uitgevoerd door KLM. Nu, in 2026, kunnen we ruim 91 jaar later terugkijken op een tijd waarin reizen drastisch is veranderd.
Wat vroeger weken duurde, is nu in minder dan tien uur af te leggen.
Voor 1934 was reizen per schip de enige optie. Een overtocht per stoomschip duurde gemiddeld 2 tot 3 weken, afhankelijk van weersomstandigheden, stromingen en de betrouwbaarheid van het schip.
Vertrekhavens waren meestal Amsterdam of Rotterdam, met aankomst in Paramaribo.
Vooral in de derde klasse waren de omstandigheden zwaar. Krappe hutten, beperkte ventilatie, zeeziekte en langdurige isolatie zonder moderne communicatiemiddelen maakten de reis zwaar en emotioneel belastend.
Hoge kosten en kritiek van reizigers
De prijzen waren hoog in verhouding tot het inkomen van de gemiddelde arbeider, die rond 60 tot 80 gulden per maand verdiende.
Een ticket in derde klasse kostte tussen de 100 en 200 gulden, terwijl een plaats in de eerste klasse vaak 500 gulden of meer vroeg.
Historische verslagen laten zien dat reizigers destijds regelmatig klaagden over de hoge kosten, vooral omdat reizen geen luxe maar een noodzakelijke onderneming voor werk, studie of familiebezoek was.
Van weken naar uren en moderne vergelijking
Tegenwoordig kost een vliegticket tussen Nederland en Suriname vaak meer dan 1.200 euro, afhankelijk van het seizoen, maar de reistijd bedraagt slechts 8 tot 10 uur.
De vergelijking met vroeger is enorm. Wat toen lang, zwaar en risicovol was, is nu snel, comfortabel en relatief veilig.
Toch geeft het terugkijken op de bootreizen een fascinerend inzicht in de ontberingen en financiële offers die reizigers toen moesten maken.







