Ik vraag het me de laatste tijd oprecht af. Hoe is het mogelijk dat vooral jonge mannen in Suriname, twintigers die niet uit rijke gezinnen komen, in staat zijn om auto’s te kopen van 70.000 tot zelfs 80.000 Amerikaanse dollar?
Niet contant, maar via forse leningen. Elke keer als ik weer zo’n blinkende wagen zie voorbijkomen, komt die vraag terug.
Een goede kennis van mij die actief is in de bankenwereld vertelde me onlangs openhartig hoe het er soms aan toegaat.
“Kleine jongens,” noemde hij ze, mannen van net boven de twintig, krijgen grote autoleningen goedgekeurd. Peperdure wagens, hoge maandlasten en een looptijd die je normaal verwacht bij mensen met stabiele carrières.
Show stelen met geleend geld
Mijn eerste reactie was simpel: hoe lossen ze dit af? Maandelijks gaat het om duizenden dollars. Het antwoord dat ik kreeg was vaag. “Ze doen zaken,” werd er gezegd.
Dat kan. Misschien gaat het bij sommigen ook echt goed. Maar eerlijk is eerlijk: het voelt niet altijd als zuivere koffie, zonder dat ik iemand direct wil beschuldigen.
Wat mij vooral stoort, is het motief. Het lijkt vaak te gaan om gezien worden. Indruk maken. Op straat, en vooral op het vrouwelijk geslacht. Status kopen met geleend geld, terwijl de financiële basis wankel is.
Investeren in toekomst, niet in indruk
Ik vind dit een zorgelijke ontwikkeling. Jongemannen die pas beginnen zouden beter begeleid moeten worden in verstandig omgaan met geld.
Stop investeringen in iets duurzaam. Een opleiding, een bedrijf, een stuk grond. Een auto slijt. Schulden blijven. En die rekening komt altijd, vroeg of laat.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







