Het lijkt een detail, maar het zegt veel. Op tal van plekken in Suriname zie je tuinmannen gras maaien op open percelen, langs wegen en in woonwijken.
Op het eerste gezicht lijkt het netjes gedaan. Het gras is kort, het terrein oogt verzorgd. Maar wie iets beter kijkt, ziet meteen waar het misgaat.
Net voorbij de trottoirbanden blijft het gras gewoon staan. Ongesnoeid, rommelig, alsof het er niet toe doet.
De afwerking ontbreekt vaak
Je gaat ook niet naar de kapper om daarna met slordige contouren bij je slapen en achterhoofd naar buiten te lopen. Afwerking hoort erbij. Toch lijkt dat besef bij veel tuinmannen volledig te ontbreken.
Met een brush cutter wordt het gras gemaaid, maar wat bovendien ook opvalt is dat alles wat opspat blijft liggen. Grasresten op de stoep, in de goot, bij straatputten. De tuinmannen zijn veelal te lui om het even op te ruimen.
Gevolgen die iedereen raken
Dat onafgemaakte werk blijft niet zonder gevolgen. Op verschillende plekken groeien afvoeren en straatputten langzaam dicht. Bij een stevige regenbui stroomt het water niet meer zo snel weg en ontstaan plassen en overlast.
En dan wordt er weer geklaagd over water op straat, terwijl de oorzaak vaak simpel is: slordig onderhoud.
De Surinaamse slag
Het is moeilijk om het niet te benoemen. Dit is de Surinaamse slag in zijn puurste vorm: half half. Het werk doen, maar niet goed. Alsof compleet en netjes werken te veel gevraagd is.
Dat is jammer, want het gaat niet om ingewikkelde taken. Het vraagt alleen om aandacht, verantwoordelijkheid en trots op wat je doet.
Misschien wordt het tijd dat we niet alleen kijken of iets gedaan is, maar ook hóé het gedaan is. Want half werk blijft zichtbaar en het stoort meer dan we misschien willen toegeven.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







