Loop je tegenwoordig langs een speelgoedwinkel of over de markt, dan vallen ze meteen op. Kleine poppen met grote ogen, vreemde glimlachen en een uitstraling die je even doet twijfelen.
Labubu dolls zijn in Suriname duidelijk in opmars. Ze zorgen voor verdeelde reacties aan de keukentafel. De één vindt ze schattig, de ander vraagt zich af waarom een kind vrijwillig met iets speelt dat zo’n ongemakkelijk gevoel oproept.
Waarom kinderen er juist dol op zijn
Wat volwassenen creepy noemen, zien kinderen vaak als spannend en leuk. Hun fantasie werkt anders. Labubu dolls zijn geen monsters, maar figuren met karakter. Ze krijgen namen, rollen en verhalen. In de belevingswereld van een kind is alles mogelijk.
Juist dat vreemde uiterlijk prikkelt de creativiteit. Het nodigt uit tot rollenspellen en zelfbedachte avonturen waarin geen vaste regels gelden. Daarbij speelt ook mee dat kinderen elkaar beïnvloeden. Op schoolpleinen en verjaardagen worden de poppen besproken, vergeleken en geruild. Wie er eentje heeft, hoort erbij.
Wanneer ouders zich zorgen maken
Toch begrijp ik de ouders die hun wenkbrauwen optrekken. Speelgoed was ooit vooral lief en vrolijk. Nu mag het ook een randje hebben. Dat vraagt om begeleiding. Niet door alles te verbieden, maar door interesse te tonen.
Vraag wat het poppetje voor je kind betekent. Kijk mee, luister mee en blijf in gesprek. Dan blijft fantasie iets positiefs.
Labubu dolls laten zien hoe speelgoed meebeweegt met de tijd. Ze zijn een spiegel van een generatie die opgroeit met prikkels, beelden en verhalen van overal.
Creepy of schattig, deze poppen horen er nu bij. En misschien is dat precies wat ze zo interessant maakt.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







