Industriesector pleit voor 100% repatriëring valuta

GFC NIEUWSREDACTIE- De vereniging van Surinaams Bedrijfsleen (VSB) heeft een aantal kanttekeningen geplaatst bij de ideeën van de regering.

“Wij erkennen de uitdagingen. Er zijn directe risico’s in de goudsector waar er speciaal aandacht voor gewenst is,” stelt de organisatie.

De VSB heeft vorige week deelgenomen aan een consultatieronde met een team van het ministerie van Financiën en Planning inzake de koersbeheersingsmaatregelen van de regering.

Er wordt gewerkt naar 1 koers. De buiten – en binnenkoers moeten dezelfde zijn. De inzichten zijn om een overloopperiode in te lassen.

De overheid wil de speculatieve elementen uit halen. Bonafide bedrijven hebben geen belang bij een instabiele koers.

De VSB heeft gevraagd om te kijken naar een stuk positieve discriminatie richting kleinere bedrijven. De manufacturing bijvoorbeeld is afhankelijk van input uit het buitenland. Die hebben primair de lokale markt als afzet.

Vanwege de druk en moeilijk verkrijgbare vreemde valuta worden deze bedrijven gedwongen om te exporteren om in de behoefte te voorzien aan vreemde valuta.

De producten worden aanvankelijk tegen lage marges verkocht om te kunnen concurreren in het buitenland.

Als een producent nu een container exporteert, moet die ook nog 30% van de verdiende vreemde valuta afdragen.

Er wordt nu echter onvoldoende geëxporteerd om zelfs 50% van de valuta behoefte te dekken. Men zal wederom gedwongen zijn om de vreemde valuta elders te zoeken.

De industriesector pleit daarom wel voor 100% repatriëring, maar een stuk positieve discriminatie naar sectoren die ertoe bijdragen dat juist de druk op de valutamarkt wordt afgenomen.

Daarnaast werd de discussie ook gericht op de beschikbaarheid van vreemde valuta bij een retentieregeling van 30% en de prijs waartegen de vreemde valuta mag worden opgekocht door de afdragers.

De VSB heeft benadrukt dat deze regelingen onderhevig moeten zijn aan transparantie en evaluaties.

Overige berichten